Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Gisteren, vandaag en morgen

In Hosea 7:11 wordt Efraïm (Israël) vergeleken met een duif: onnozel en zonder verstand. Vroeger dachten mensen blijkbaar net zo over duiven als wij! De reden voor deze vergelijking staat in vers 10: De Israëlieten waren te trots om terug te keren tot God en Hem te zoeken. Trots is één van de voornaamste redenen waarom wij anderen de rug toekeren. Ze doen iets wat we niet leuk vinden of gedragen zich niet zoals we hadden verwacht. Onze trots maakt onze vriendschappen, onze relaties of zelfs ons huwelijk kapot. Ook onze relatie met God! Misschien is trots wel de reden waarom je niet langer het gevoel hebt dicht bij de Heer te zijn. Soms merken we dat onze relatie met God niet meer hetzelfde is. Misschien werd je gebed niet beantwoord zoals je had verwacht of misschien heb je het vertrouwen in Zijn wil verloren, omdat Hij niet op jouw tijd handelde. Vandaag wil ik je eraan herinneren dat God Zijn verbond niet vergeet! Hij gedenkt al Zijn beloftes aan jou en ...

Hij maakt Zichzelf bekend

Het probleem met het volk en de leiders van Israël was dat zij vergeten waren dat de Heer hun kwaad zag en in gedachten hield. Hoe vaak vergeten wij niet dat de Heer ook onze zonden ziet en in gedachten houdt? In plaats van onze zonden te belijden en vergeving te vragen, vergeten we ze gewoon. Maar de Heer vergeet het niet. Ja, Hij wil ons altijd vergeven, maar we mogen niet vergeten dat wij een Heilig God hebben, die geen zonde duldt in Zijn aanwezigheid. God was bereid Israël te genezen van zijn zonde en de gevolgen ervan, maar niet zolang het volk zich bleef gedragen alsof God hun zonde niet zag. De Israëlieten moesten met God omgaan zoals Hij werkelijk is, een God die alle onbeleden en onbedekte zonde ziet. In Psalm 9:17 lezen we: “De goddeloze raakt verstrikt in het werk van zijn eigen handen.” Hoe vaak maken wij fouten en geven we God vervolgens de schuld als het misgaat in ons leven? Hoeveel zonden vergeten wij te belijden omdat we al zo aan ze gewend zijn? God zal...

De liefde komt eerst

Ik kan mij nog herinneren dat er een tijd in mijn leven was waarin ik mij compleet verloren voelde. Ik ging van het ene probleem naar het andere en had moeite met alles en iedereen. Op een dag, toen ik in gebed was – en uitvoerig bij de Heer mijn beklag deed over hoe zwaar ik het wel niet had –   vroeg ik Hem: “Wat wilt U dan nog van mij?” Minutenlang had ik de Heer eraan herinnerd hoeveel ik voor Hem had gedaan en op welke manieren ik hem allemaal gediend had… alsof Hij dat niet wist! Daarna stelde ik mijn vraag. Nou, ik kan je vertellen, op dat moment voelde ik de Heilige Geest het in mij uitschreeuwen: ik wil jou. Ik wil je hart. Ik schrok zo dat ik meteen ophield met dat lelijke gehuil. Toen begreep ik het. Ik besefte mij dat ik veel deed voor God. Ik diende Hem op allerlei manieren, maar ik was Hem vergeten. Ik werd zo in beslag genomen door de dingen die ik voor Hem deed, dat ik geen tijd meer had om bij Hem te zijn. De Heer wil in de eerste plaats jouw lief...

Houd vol en volhard

Hosea gaat Israël voor in nederig gebed, in plaats van met God te redetwisten of aanstoot te nemen aan Zijn tuchtiging. Zoals Ezra bad om vergeving voor de zonde van de Israëlieten, zo spoort Hosea het volk aan om terug te keren tot de Heer. Waarom? Omdat Hij de enige is die ons zal genezen, de enige die ons zal verbinden. Hosea spreekt vandaag tot ons van de dood en de opstanding van Jezus: “Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan.” Zeker, wij die in Christus zijn zullen moeilijke tijden kennen, maar ons is het eeuwige leven gegeven en wij mogen de zekerheid hebben dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden (Romeinen 8:18). In Hosea 4:6 geeft Hosea een beschrijving van het probleem van Israël: “Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is”. In de tekst van vandaag spoort hij de Israëlieten aan ernaar te jagen de Heere te kennen. Met name dat ‘najagen de Heer...

Zoek Hem

God zag de zondige toestand in het koninkrijk van Israël en Hij zag dat het de leiders waren die hun volk niet godvrezend regeerden. Het zou makkelijk zijn voor de priesters om het volk de schuld te geven, maar in werkelijkheid waren de geestelijk leiders (de priesters) en de politieke leiders (de koningen van Israël) de oorzaak van het verval. In Filippenzen lezen we dat wij wandelen als vijanden van het kruis van Christus als ons hart naar aardse dingen uitgaat. Wij mogen nooit vergeten dat wij wel in deze wereld zijn, maar niet van deze wereld. Ons burgerschap is van de hemel en die waarheid moeten wij elke dag van ons leven uitdragen. “In hun benauwdheid zullen zij Mij ernstig zoeken”. Dat was het doel van Gods oordeel over Israël. Hij wilde Israël niet vernietigen, maar herstellen. Helaas is het vaak zo dat wij God pas oprecht zoeken als wij in benauwdheid zijn. Waarom zoeken wij Hem niet nu, voordat de omstandigheden ons daartoe dwingen? Is het niet beter om God ...

God is koning

In de Bijbeltekst van vandaag wordt Juda door Hosea gewaarschuwd. In die tijd was het volk van God verdeeld in twee koninkrijken – Israël in het noorden en Juda in het zuiden. De afvalligheid was in Israël al zo ver gevorderd dat Juda gewaarschuwd moest worden niet in dezelfde zondige voetsporen te treden. Gilgal en Beth-Aven waren bronnen van afgoderij in Israël. Als iemand uit Juda daarheen zou reizen, maakte hij zich deelgenoot van die afgoderij. Ooit was Gilgal de plaats waar Elia en Elisa profeten opleidden (2 Koningen 2:1; 4:38), maar in de dagen van Hosea was het een broeinest van afgodendienst geworden (Hosea 9:15; 12:11; Amos 4:4; 5:5). 1 Korinthe 15:33 zegt: “Dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden.” Wandel niet op dezelfde kwade wegen als de mensen om je heen. Misschien denk je dat zij succesvoller zijn, een beter leven hebben of dat er dingen voor hen makkelijker zijn. Laat de vijand je niet misleiden! Alleen in Christus hebben wij leven in overvlo...

Met God is er altijd hoop

Ik denk dat de tijd waarin wij nu leven erg vergelijkbaar is met de dagen van Hosea. Er is geen trouw of standvastige liefde. Er is geen kennis van God. Mensen vloeken, liegen, moorden, stelen en plegen overspel. Ze zijn losgeslagen en hebben de Heer de rug toegekeerd.  Het volk Israël raadpleegde houten afgoden. De harten van de Israëlieten waren heel ver van God afgedwaald en hun afgoderij was voor God als overspel. Elk offer dat zij aan hun heidense goden brachten was een overspelige daad tegenover de Heer.  Hoezeer deze beeldspraak van toepassing is, wordt pijnlijk duidelijk als we ons realiseren dat Israël de afgoderij wilde toevoegen aan de eredienst voor de Heer. Ze zeiden niet “wij willen de Heer verlaten en alleen nog de afgoden dienen”. Nee, ze wilden de afgoden naast de Heer dienen. Dit was voor God hetzelfde als wanneer een vrouw tegen haar man zou zeggen: “Ik wil dat je nog steeds mijn man bent, maar ik wil daarnaast ook nog andere minnaars hebben.”  ...